“Dat is niet recht.”
“Jawel.”
“Nee.”
“Het is je perspectief.”
“Mijn perspectief zegt dat die plank de linkerkant van de deuropening niet eens raakt.”
“Dan moet de deuropening scheef zijn.”
“Oh ja, tuurlijk. Het huis is fout, niet jouw plank.”
“Eindelijk snap je het.”
“Weet je, ik dacht nog: ‘Ik vraag het best iemand die weet wat hij doet.’ Maar nee, ik dacht: ‘Laten we het gezellig houden.’”
“En kijk hoe gezellig we het hebben.”
“Dat ding hangt als een ingezakte brug.”
“Het zal wel meevallen.”
“Ja? Doe die waterpas eens.”
“Hoor je dat?”
“Wat?”
“De wind. Stil eens. Wacht.”
“…Wat?”
“Goh, volgens mij betekent dat dat we even pauze moeten nemen.”
“Jij hebt gewoon geen waterpas.”
“Dat ook.”
“Ongelooflijk.”
“Waarom wil je hier eigenlijk een plank?”
“Omdat het een kast is, pa.”
“Ja, maar waarom?”
“Omdat spullen een plek nodig hebben?”
“Je woont hier nog geen week en je hebt nu al een plek nodig voor dingen?”
“Ja, ik ga niet alles op de grond gooien.”
“Dat is nochtans een perfect functionele plek.”
“Als ik dingen op de grond wil, had ik geen kast gekocht.”
“Technisch gezien heb je geen kast gekocht, maar een verzameling planken en schroeven met een handleiding in veertien talen.”
“Er zit een Nederlandse bij.”
“Die met die onmogelijke tekeningen? Volgens mij zijn die illustraties gewoon willekeurig gegenereerd.”
“Het is niet zo moeilijk.”
“Toch wel, als je denkt dat die plank recht hangt.”
“Zucht.”
“We kunnen er gewoon een deur voor zetten. Niemand ziet het dan.”
“Of we hangen de plank opnieuw.”
“Je hebt het moeilijk met het concept ‘deurtjes’, hè?”
“Ik heb het moeilijk met het concept ‘onbruikbare kast’.”
“Dan moet je eens bij IKEA klagen.”
“Nee, dan moet jij eens leren een waterpas te gebruiken.”
“Kijk, als je het beter weet…”
“Dat weet ik.”
“…dan doe je het zelf.”
“Goed.”
“Prima.”
“Oké.”
“Wacht, eerst pauze.”
“Serieus?”
“Ik hoor de wind weer.”
Reactie plaatsen
Reacties